Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering van € 517,25 studiefinanciering over het jaar 2017 door DUO wegens overschrijding van de bijverdiengrens. Zij stelde dat zij op advies van een klantenservicemedewerkster haar lening op € 1,- had gezet vanwege technische problemen bij het stopzetten van de lening.
De rechtbank oordeelt dat het toetsingsinkomen van € 14.733,- correct is vastgesteld door de Belastingdienst en dat eiseres studiefinanciering heeft ontvangen gedurende het gehele jaar 2017. DUO heeft toegelicht dat elke lening, ongeacht de hoogte, meetelt en dat het stopzetten van de studiefinanciering per 1 maart 2018 geen terugwerkende kracht heeft.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres haar gronden onvoldoende heeft onderbouwd, geen bewijsstukken heeft overgelegd en de hardheidsclausule niet van toepassing is op het toetsingsinkomen. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. De terugvordering blijft daarom in stand.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst vergoeding van proceskosten af. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.