ECLI:NL:RBZWB:2022:3039
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens schending hoorplicht in bpm-zaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst inzake de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm). Tijdens de bezwaarprocedure is niet voldaan aan de hoorplicht, hetgeen tussen partijen niet in geschil is. Hierdoor is het beroep kennelijk gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
De rechtbank draagt de inspecteur op om een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen, waarbij de hoorplicht in acht moet worden genomen. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €379,50 voor juridische bijstand in de beroepsfase en tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht van €360.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 3 juni 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met inachtneming van de hoorplicht.