Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2022 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser werd op 6 december 2020 aangehouden wegens rijden onder invloed van drugs, waarbij amfetamine, cocaïne en GHB in zijn bloed werden aangetroffen. Het CBR stelde een onderzoek in naar zijn geschiktheid om te rijden, waaruit bleek dat eiser een psychiatrische diagnose van cannabismisbruik had en vermoedelijk niet gestopt was met drugsgebruik.
Het CBR verklaarde het rijbewijs van eiser ongeldig vanaf 21 september 2021 en wees het bezwaar van eiser tegen dit besluit af. Eiser voerde aan dat de maatregel een straf is die door een rechter moet worden opgelegd en dat het besluit uitzichtloos is voor zijn persoonlijke ontwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het CBR niet strafrechtelijk van aard is, maar gericht op verkeersveiligheid. De diagnose en rapportage waren niet in geschil en het CBR was verplicht het rijbewijs ongeldig te verklaren. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende zwaarwegend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het CBR het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het CBR heeft het rijbewijs terecht ongeldig verklaard wegens drugsgebruik.