ECLI:NL:RVS:2020:2289

Raad van State

Datum uitspraak
28 september 2020
Publicatiedatum
28 september 2020
Zaaknummer
202001598/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 52 Vw 2000Art. 84 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen tijdelijke inbewaringneming paspoort vreemdeling

Op 7 september 2019 heeft de korpschef van de Afdeling Vreemdelingenpolitie het paspoort van de vreemdeling tijdelijk in bewaring genomen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelt dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tegen het besluit tot tijdelijke inbewaringneming van het paspoort geen hoger beroep openstaat. De vermelding in de uitspraak van de rechtbank dat wel hoger beroep mogelijk is, is onjuist maar verandert niets aan de onbevoegdheid van de Afdeling.

Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

202001598/1/V3.
Datum uitspraak: 28 september 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 februari 2020 in zaak nr. 19/8863 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Op 7 september 2019 heeft de korpschef van Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel in Amsterdam het paspoort van de vreemdeling tijdelijk in bewaring genomen.
Bij besluit van 4 november 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 februari 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I.M. Hagg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.    De uitspraak van de rechtbank gaat over het tijdelijk in bewaring nemen van het paspoort van de vreemdeling (artikel 52, eerste lid, van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). Dat onder de uitspraak ten onrechte staat dat wel hoger beroep kan worden ingesteld, verandert dat niet.
2.    De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Van Laar
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2020
551.