Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 14 juni 2022 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser 1] en [naam eiser 2] , eisers
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij een korting wegens inkomsten uit voortgezet gebruik is toegepast;
- voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat, indien het compenserende bestemmingsplan niet op 30 december 2022 onherroepelijk is, eisers alsnog aanspraak maken op een bedrag van € 783.800,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 november 2017;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,-- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.518,--.