Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 24 januari 2022, waarin hij ondersteuning bij zijn verhuizing naar Tilburg verzocht. Verweerder stelde dat het verzoek niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb kan worden aangemerkt, omdat het buiten haar dienstverlening valt en de toewijzing van woningen niet tot haar bevoegdheid behoort.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser gericht is op ondersteuning bij verhuizing en mogelijk toewijzing van een woning, waarvoor geen publiekrechtelijke grondslag bestaat. Ook is geen sprake van een concreet verzoek om bijstand, omdat er geen aanstaande verhuizing of kosten zijn vastgesteld. Hierdoor is geen aanvraag in de zin van de Awb gedaan en zijn er geen wettelijke beslistermijnen gestart.
Daarom is er geen sprake van een besluit of een niet tijdig genomen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld. De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Het betaalde griffierecht wordt teruggestort en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.