Eisers ontvingen sinds 2014 een bijstandsuitkering en werden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam gevraagd om diverse bankafschriften en huurbetalingsbewijzen te overleggen. Na het niet volledig verstrekken van deze gegevens binnen de gestelde termijn, schortte het college de uitkering op en trok deze uiteindelijk in per 18 juni 2021. Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. Hiertegen stelde eisers beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de uitkering opschortte en introk op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet, omdat eisers niet tijdig de gevraagde bankafschriften overlegden. Eisers konden geen verwijt worden ontnomen, aangezien zij onvoldoende aannemelijk maakten dat zij de stukken niet binnen de hersteltermijn konden aanleveren. De rechtbank volgde de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat de financiële situatie van belanghebbenden essentieel is voor de beoordeling van bijstandbehoevendheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de intrekking van de bijstandsuitkering vanaf 18 juni 2021 rechtsgeldig is. Eisers zullen een nieuwe aanvraag moeten doen indien zij opnieuw bijstand wensen. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.