ECLI:NL:RBZWB:2022:3431
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet-betaling griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar, maar de rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet volledig is betaald. De rechtbank baseert zich op artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen en het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. Ondanks een gedeeltelijke betaling en het indienen van een draagkrachtverklaring van het kantoor van de gemachtigde, is het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat belanghebbende niet in staat was het griffierecht te betalen.
Belanghebbende heeft niet gereageerd op een laatste aanmaning om het resterende griffierecht te voldoen en heeft geen nieuwe argumenten aangevoerd. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat ook rechtspersonen een beroep op betalingsonmacht kunnen doen, maar dat dit moet worden onderbouwd met voldoende bewijs, waaronder draagkracht van bestuurders en aandeelhouders.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 24 juni 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet volledig betalen van het griffierecht.