Eisers hebben het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van straalcabines op het terrein van een straalbedrijf. Het college wees dit verzoek af omdat voor de betrokken straalcabines omgevingsvergunningen waren verleend, waaronder een vergunning uit 2003 en een uit 2020.
Eisers betwistten de geldigheid van de vergunning uit 2003 en voerden aan dat er sprake was van stof- en geluidsoverlast. De rechtbank oordeelde dat de vergunning uit 2003 rechtsgeldig is, ook al was de aanvrager destijds nog geen eigenaar van het perceel, en dat de vergunning uit 2020 de straalcabine uit 2011 legaliseerde. Daarnaast werd vastgesteld dat geen overtreding van milieuregels plaatsvond, mede op basis van rapporten en metingen.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid het handhavingsverzoek mocht afwijzen omdat geen overtredingen waren vastgesteld. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat het bestuursorgaan bevoegd is om handhavend op te treden bij overtredingen, maar dat het college hier terecht heeft geoordeeld dat geen sprake was van overtredingen van het bestemmingsplan of milieuregels.