ECLI:NL:RBZWB:2022:3524

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juni 2022
Publicatiedatum
29 juni 2022
Zaaknummer
AWB- 22_3050 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbJeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluit gemeente Breda inzake Jeugdwet

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 april 2022 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten de zitting achterwege te laten en heeft verzoekster verzocht een toelichting te geven op het spoedeisend belang. Omdat het besluit betrekking heeft op een inmiddels afgesloten periode en verzoekster niet heeft gereageerd op het verzoek om toelichting, is onvoldoende gebleken dat er sprake is van spoedeisendheid.

De voorzieningenrechter benadrukt dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is om in afwachting van de uitkomst van bezwaar- of beroepsprocedures een voorlopige maatregel te treffen, waarbij spoedeisendheid een essentieel vereiste is.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3050 JW VV

uitspraak van 28 juni 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster] verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 april 2022 van het college (bestreden besluit). Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
2. De griffier heeft bij brief van 16 juni 2022 aan verzoekster gevraagd een toelichting te geven op het spoedeisend belang. In die brief is erop gewezen dat het besluit waarvan verzoekster een voorlopige voorziening vraagt betrekking heeft op een inmiddels afgesloten periode. Verzoekster heeft binnen de gestelde termijn niet gereageerd.
Omdat verzoekster het spoedeisend belang niet heeft toegelicht, is onvoldoende gebleken dat er sprake is van een spoedeisend belang. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 28 juni 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.