Opposante heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin de rechtbank het beroep gegrond verklaarde wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor jeugdhulp. De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure of het eerdere oordeel terecht was en of de dwangsom correct is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat opposante onvoldoende procesbelang heeft bij haar bezwaren over de beslistermijn en dat de inhoudelijke behandeling van het besluit van 22 september 2021 thuishoort in de bezwaarprocedure. Wel stelt de rechtbank vast dat de dwangsom in de eerdere uitspraak te laag was vastgesteld en corrigeert deze naar €857,- voor de periode van 26 augustus tot en met 23 september 2021.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond, handhaaft het eerdere oordeel dat het college niet tijdig heeft beslist, en wijzigt alleen de hoogte van de dwangsom. Er worden geen proceskosten toegekend en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.