Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
wettelijk kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres ontving sinds 2009 een bijstandsuitkering voor alleenstaande ouder. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek naar haar vermeende werkzaamheden als nagelstyliste. Uit het onderzoek, inclusief huisbezoek en analyse van bankafschriften, bleek dat eiseres sinds 1 maart 2020 bedrijfsmatige nagelstyliste-activiteiten verrichtte die zij niet had gemeld.
Het college trok de bijstandsuitkering in per 1 januari 2017 en vorderde een bedrag van € 55.135,76 terug. Na bezwaar werd dit herzien: de intrekking werd vastgesteld per 1 maart 2020 en de terugvordering verlaagd tot € 8.859,52. Eiseres stelde dat het om een hobby ging en leverde verklaringen aan ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende bewijs had dat de werkzaamheden op geld waardeerbaar waren, ongeacht de intentie of daadwerkelijke inkomsten. Omdat eiseres geen administratie bijhield, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering zijn daarom terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering per 1 maart 2020 met terugvordering van € 8.859,52 wordt bevestigd.