ECLI:NL:RBZWB:2022:366
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit eervol ontslag en arbeidsvoorwaardelijke overgang veiligheidsregio
Eiser was werkzaam bij de veiligheidsregio en kreeg eervol ontslag met gelijktijdige aanstelling bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB). Na intrekking van het eerste besluit wegens een foutieve datum indiensttreding, werd een nieuw besluit genomen met dezelfde inhoud. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij benadeeld was door de gehanteerde anciënniteitsdatum en arbeidsvoorwaardelijke afspraken.
De rechtbank oordeelt dat eiser ontvankelijk is in zijn beroep en dat de veiligheidsregio geen onrechtmatigheid heeft begaan. De rechtbank gaat niet in op de juistheid van de anciënniteitsdatum omdat dit niet relevant is voor de rechtmatigheid van het besluit. Ook is vastgesteld dat de collectieve afspraken omtrent arbeidsvoorwaarden, waaronder compensatie voor verlofuren en leeftijdsgebonden verlofdagen, correct zijn toegepast en dat eiser niet onevenredig is benadeeld.
De rechtbank benadrukt dat collectieve onderhandelingen inherent geven en nemen kennen en dat nadelige gevolgen voor individuele werknemers niet per se onrechtmatig zijn. De hardheidsclausule in het Sociaal Statuut is discretionair en toepassing daarvan is niet verplicht. Gezien de omstandigheden is geen sprake van een onbillijke situatie die toepassing van deze clausule rechtvaardigt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.