Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
- verklaart het beroep van [belanghebbende] niet ontvankelijk;
- verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen een legesnota van €43.889,95 die door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg is opgelegd voor de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor 96 tijdelijke logiesverblijven.
De rechtbank oordeelt dat één van de belanghebbenden niet-ontvankelijk is omdat zij geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep. De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en door het college behandeld, waardoor het opleggen van leges op grond van de Verordening terecht is.
Verder is in geschil of de leges terecht zijn berekend over de volledige oppervlakte van drie kadastrale percelen. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag betrekking heeft op de volledige percelen en dat de Verordening uitgaat van het gehele bouwperceel, niet slechts de bebouwde oppervlakte. Daarom is de legesberekening correct.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de eerste belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de tweede belanghebbende wordt ongegrond verklaard.