ECLI:NL:RBZWB:2022:3811
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bijstand intrekking en terugvordering
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst tot intrekking en herziening van hun bijstandsuitkering en terugvordering van € 8.586,13. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was betaald.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld. De verzetrechter beoordeelt of de rechtbank terecht buiten redelijke twijfel heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was. Opposanten stelden dat zij het griffierecht al hadden betaald in een andere procedure en dat sprake was van een menselijke fout.
De rechtbank oordeelt dat er twee afzonderlijke beroepschriften zijn ingediend en dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor éénmalige griffierechtbetaling. Uit onderzoek blijkt echter dat het griffierecht wel is betaald, maar in de verkeerde procedure. Dit wordt gezien als een administratieve onvolkomenheid.
De rechtbank concludeert dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en verklaart het verzet gegrond. De zaak wordt hervat in de stand van vóór de uitspraak. De rechtbank zal het griffierecht administratief overboeken. Verweerder wordt niet veroordeeld in proceskosten omdat de fout bij opposanten ligt.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de procedure wordt hervat.