Belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf aan door psychische problemen en verwardheid de termijn te hebben gemist.
Tijdens de zitting voerde belanghebbende aan dat hij de uitspraak op bezwaar pas kort voor het verstrijken van de beroepstermijn ontving, nadat hij een duplicaat had opgevraagd. De rechtbank gaf hem de gelegenheid bewijs te leveren, maar het aangeleverde bewijs overtuigde niet. De rechtbank oordeelde dat de uitspraak op bezwaar op correcte wijze was bekendgemaakt en dat het beroepschrift pas na de termijn was ingediend.
De rechtbank overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks de psychische gezondheidssituatie van belanghebbende, omdat hij wel in staat was om op e-mailcorrespondentie te reageren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring bleef in stand.