ECLI:NL:RBZWB:2022:4134
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken parkeren
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto op een parkeerplaats stond zonder dat parkeerbelasting was voldaan. Zij stelde dat zij slechts haar dochter hielp uitstappen bij een drukke straat en daarna naar een bloemenwinkel reed om een boeket te kopen. De heffingsambtenaar stelde dat kort stil staan ook als parkeren geldt en verwees naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank beoordeelde of de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en concludeerde dat de heffingsambtenaar niet aan zijn bewijslast had voldaan. De scantfoto's waren onvoldoende om te bewijzen dat er sprake was van parkeren. Het tijdsverloop tussen de foto en de betaling bij de bloemenwinkel was slechts 12 minuten, waarvan minstens 6 minuten nodig waren om te rijden. Dit maakte het aannemelijk dat het slechts om in- en uitstappen ging.
De rechtbank oordeelde dat het niet realistisch is dat het uitstappen slechts enkele seconden duurt en dat een momentopname van de scanauto onvoldoende bewijs is. Daarom werd de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd en werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard. De uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag werden vernietigd en de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat sprake was van parkeren.