Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
27 februari 2012 tot en met 3 juli 2014 te s-Hertogenbosch, ,
in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in de coffeeshop [naam 1] meermalen, telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid, te
weten meer dan 500 gram hennep en/of hasjiesj zijnde hennep en/of
hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst
II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
en
—in de coffeeshop [naam 1] gelegen aan het [adres 2] een grote hoeveelheid van (ongeveer) 7.612,29 gram gennep en/of hasjiesj [zaak 13]
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;