ECLI:NL:RBZWB:2022:4253

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 juli 2022
Publicatiedatum
29 juli 2022
Zaaknummer
AWB- 22_3006
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij kinderopvangtoeslag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling pas kan plaatsvinden nadat de beslistermijn is verstreken. In deze zaak eindigde de beslistermijn op 11 mei 2022, terwijl eiser de ingebrekestelling op 5 mei 2022 verstuurde, nog vóór het verstrijken van de termijn.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg was en het beroep daarom niet-ontvankelijk is. De stelling van eiser dat de ingebrekestelling pas in werking zou treden na het verstrijken van de beslistermijn wordt verworpen omdat het niet mogelijk is om vooraf een ingebrekestelling te sturen voor een toekomstige tekortkoming.

Hoewel het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, merkt de rechtbank op dat dit niet wegneemt dat de Belastingdienst inmiddels had moeten beslissen en dit zo spoedig mogelijk alsnog dient te doen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is verstuurd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3006

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek (aanvraag) van 11 mei 2021 om herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 11 mei 2022. Eiser heeft verweerder op 5 mei 2022 in gebreke gesteld en verweerder heeft deze ingebrekestelling op 6 mei 2022 ontvangen. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De stelling van eiser dat de ingebrekestelling zo is geformuleerd (‘Indien u dat niet doet…’) dat deze pas in werking zou treden als na de beslistermijn niet zou zijn beslist, kan niet leiden tot het door eiser gewenste gevolg. Het is immers niet mogelijk om verweerder al bij voorbaat in gebreke te stellen voor het geval niet tijdig wordt beslist. De ingebrekestelling kan pas plaatsvinden nadat de termijn voor het nemen van een beslissing is verstreken [1] .
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek, niet wegneemt dat verweerder inmiddels had moeten beslissen op het verzoek en voor zover hij dit nog niet heeft gedaan dit zo spoedig mogelijk alsnog dient te doen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2013, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2013:2851.