Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De benadeelde partij
5.De beslissing
de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 17 januari 2022 een strafzaak tegen verdachte, die niet aanwezig was ondanks behoorlijke oproeping. De advocaat van verdachte was niet gemachtigd om te spreken, waardoor verstek werd verleend.
De tenlastelegging betrof een geweldsincident op 14 september 2020 in Breda waarbij verdachte samen met een ander werd verdacht van afpersing of diefstal met geweld. Tijdens de zitting maakte de officier van justitie haar standpunten kenbaar en de benadeelde partij lichtte haar schadevordering toe.
Na de zitting werd bekend dat verdachte op 19 januari 2022 was overleden. De rechtbank verklaarde daarop het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Ook de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, met de mogelijkheid deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen.
De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tot vergoeding van de kosten van verdachte, welke nihil werden begroot. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 24 januari 2022.
Uitkomst: Het openbaar ministerie en de benadeelde partij werden niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van verdachte.