ECLI:NL:RBZWB:2022:4556
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij Wmo-zorgverlening
Eiseres, met een lichamelijke en verstandelijke beperking, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen om uitbreiding van individuele begeleiding en huishoudelijke hulp onder de Wmo, inclusief een persoonsgebonden budget (pgb). Het college wees de verzoeken af en kende zorg toe als zorg in natura (ZIN) voor bepaalde periodes. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde deze ongegrond.
De rechtbank behandelde de beroepen tegen deze besluiten, die betrekking hadden op de periode van juli 2020 tot en met december 2022. Tijdens de procedure bleek dat eiseres per 1 januari 2022 was toegelaten tot de Wet langdurige zorg (Wlz), waardoor de Wmo-besluiten op afgesloten periodes zien. De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroepen, omdat zij geen onderbouwde schadeclaim had ingediend en de zorg onder de Wlz op een andere wijze wordt beoordeeld.
De rechtbank verklaarde de beroepen daarom niet-ontvankelijk. Tevens wees zij een proceskostenveroordeling af, aangezien het college een nieuw besluit had genomen over een deel van de huishoudelijke hulp, zonder de indicatie te wijzigen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.