ECLI:NL:RBZWB:2022:4606
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens voldoende draagkracht
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand om de kosten van bewindvoering te dekken, welke door het college werd afgewezen omdat deze kosten onder de onderhoudsplicht van de ouders zouden vallen en eiser voldoende draagkracht zou hebben. De bezwarencommissie adviseerde nader onderzoek naar de onderhoudsplicht, maar handhaafde het primaire besluit vanwege draagkracht. De rechtbank overweegt dat de bezwarencommissie het advies aan de gemachtigde van eiser heeft verzonden en dat eiser niet in zijn belangen is geschaad.
De rechtbank beoordeelt dat de kosten voor bewindvoering zich voordoen, noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, maar het geschil betreft de vraag of deze kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm. Zowel het college als eiser gaan uit van een draagkracht die hoger is dan de gevraagde kosten (€ 831), waardoor eiser deze kosten zelf kan dragen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst erop dat het college in het bestreden besluit het primaire grondslag van onderhoudsplicht niet langer handhaaft en dat de draagkrachtberekening conform jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is gemaakt. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 11 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende draagkracht van eiser.