Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen rioolheffing, afvalstoffenheffing en watersysteemheffing 2020 opgelegd door de gemeente Etten-Leur en het waterschap Brabantse Delta. Hij stelde dat de tarieven onredelijk zijn omdat geen rekening is gehouden met het aantal personen per huishouden, wat leidt tot strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de tarieven zijn vastgesteld binnen de wettelijke kaders van de Gemeentewet, Wet milieubeheer en Waterschapswet. De tariefstelling is een zelfstandige bevoegdheid van het gemeentebestuur en het waterschapsbestuur, en de rechter mag hier slechts op toetsen bij strijd met hogere regelgeving of onredelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat de rioolheffing en watersysteemheffing niet hoeven te worden gedifferentieerd naar gezinsgrootte omdat de kosten hoofdzakelijk worden bepaald door factoren als neerslag en systeemonderhoud. De afvalstoffenheffing is gebaseerd op het feitelijk gebruik van het perceel en de inzameling, waarbij de kosten vooral afhangen van de route en het aantal te ledigen containers, niet de hoeveelheid afval per huishouden.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 10 augustus 2022.