Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
De heffingsambtenaar van de gemeente Rucphen (de heffingsambtenaar).
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de vastgestelde waarde tot € 751.000,-;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2020 en watersysteemheffing dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in de bezwaarfase ten bedrage van € 538,-;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in de beroepsfase ten bedrage van € 1.518,-;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor het opstellen van een taxatierapport ten bedrage van € 128,26;
- gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade van € 83,
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade van € 417,-.