Partijen, die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over hun minderjarige kind, verzochten de rechtbank om wijziging van de zorgregeling en vaststelling van de kinderbijdrage. De man wenste een aanpassing van de zorgregeling waarbij hij eenmaal per twee weken het kind ontvangt van vrijdag 19.00 tot zondag 19.00 uur, met de vrouw als brengende partij. Tevens verzocht hij om aanpassing van de kinderbijdrage, waarbij rekening wordt gehouden met reiskosten.
De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde zorgregeling in het belang van het kind is en kende het verzoek toe. Gelet op de feitelijke situatie dat de vrouw niet in staat is het kind te halen en brengen, werd vastgelegd dat de man dit volledig op zich neemt. De regeling omtrent vakanties en feestdagen blijft ongewijzigd.
Ten aanzien van de kinderbijdrage stelde de rechtbank vast dat er geen geldende overeenkomst of rechterlijke uitspraak was. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €276 per maand, en de draagkracht van de man op €465 per maand, inclusief een redelijke vergoeding voor reiskosten van €109 per maand. De draagkracht van de vrouw werd op nihil gesteld. Na toepassing van een zorgkorting van 25% en verdeling van het tekort werd de kinderbijdrage van de man vastgesteld op €167 per maand, ingaande 1 april 2022.