ECLI:NL:RBLIM:2023:2035
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over bijzondere bijstand voor reiskosten bij omgangsregeling
Eiser heeft meerdere aanvragen gedaan voor bijzondere bijstand ter vergoeding van reiskosten die voortvloeien uit een omgangsregeling met zijn kinderen na echtscheiding. Het college heeft deze aanvragen grotendeels afgewezen of slechts gedeeltelijk toegekend, met als uitgangspunt dat reiskosten voor rekening van de verzorgende ouder komen. De rechtbank stelt vast dat dit uitgangspunt onjuist is en dat het college de motivering voor het beperken van de vergoeding tot de helft van de kosten niet voldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en rechtspraak van kinderrechters, waaruit blijkt dat de omgangsregeling berust op een afweging van lasten en mogelijkheden van beide ouders. De rechtbank benadrukt dat het college onvoldoende heeft beoordeeld of de gevraagde kosten de normale, binnen familieverband gebruikelijke kosten overstijgen, wat een criterium is voor bijzondere bijstand.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het college terecht het bezwaar over een mededeling inzake verhuizing niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het niet houden van een hoorzitting in latere zaken weliswaar een procedurele tekortkoming is, maar geen nadeel voor eiser oplevert. De rechtbank geeft het college zes weken de tijd om de gebreken in de besluiten te herstellen en beveelt partijen aan om te zoeken naar een minnelijke oplossing. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het college krijgt zes weken de gelegenheid om de gebreken in de besluiten over bijzondere bijstand voor reiskosten te herstellen.