Eiser had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijstand naar de norm van alleenstaande. Het college had hem een bijstandsuitkering toegekend naar de norm kostendeler en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit van 15 september 2020 daadwerkelijk op die datum aan eiser was verzonden. Het besluit was pas op 6 december 2021 per e-mail aan eiser bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn pas op 7 december 2021 begon te lopen. Het bezwaarschrift van 15 december 2021 was daarmee tijdig ingediend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuw inhoudelijk besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een bestuurlijke lus of het zelf nemen van een inhoudelijke beslissing, omdat het bezwaar nog niet inhoudelijk was beoordeeld. De uitspraak werd gedaan door rechter mr. drs. E.J. Govaers op 26 augustus 2022.