ECLI:NL:RBZWB:2022:4946
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens verkeerde parkeerzone
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, omdat hij parkeerde in zone 21884 terwijl hij via een parkeerapp had betaald voor zone 21895. De rechtbank oordeelt dat het de verantwoordelijkheid van de parkeerder is om de juiste zone vast te stellen en dat belanghebbende niet aan zijn belastingplicht heeft voldaan.
Tijdens een controle op 5 juni 2021 bleek dat het voertuig van belanghebbende geparkeerd stond in zone 21884 zonder dat daar de juiste parkeerbelasting was voldaan. Hoewel het uurtarief in beide zones gelijk is, biedt zone 21895 de mogelijkheid tot aankoop van een dagkaart van € 4,-, wat in zone 21884 niet mogelijk is. Belanghebbende had een dagkaart voor zone 21895 gekocht, maar dit dekte niet de parkeerbelasting voor zone 21884.
Belanghebbende voerde aan dat de naheffingsaanslag onterecht was omdat in vergelijkbare zaken naheffingsaanslagen waren vernietigd. De rechtbank stelt echter dat die zaken niet vergelijkbaar zijn omdat de parkeertijden bij die controles slechts enkele minuten bedroegen, terwijl belanghebbende ruim vier uur geparkeerd stond. Hierdoor was de betaalde parkeerbelasting onvoldoende.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en griffier M.H.C. van Spreuwel op 26 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.