ECLI:NL:RBZWB:2022:5046
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Partiële onverbindendheid rioolheffing wegens overschrijding opbrengstlimiet
Belanghebbende is eigenaar van een woning aangesloten op de gemeentelijke riolering en ontving een aanslag rioolheffing 2020 van €229,78. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslag omdat de gemeente Vlissingen volgens hem het tarief te hoog had vastgesteld, wat neerkomt op een overschrijding van de opbrengstlimiet ten opzichte van de kosten van de rioleringsvoorzieningen.
De heffingsambtenaar stelde dat de overschrijding voortkomt uit een rentecorrectie van €818.000 die was toegepast op grond van een afspraak met de artikel-12-inspecteur van het gemeentefonds. Deze correctie leidde tot hogere rentelasten voor de riolering, maar bleek achteraf niet conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
De rechtbank oordeelt dat de gemeente bij de tariefstelling is afgeweken van het BBV, wat heeft geleid tot een limietoverschrijding. Deze overschrijding leidt niet tot algehele onverbindendheid van de verordening, omdat de gemeente mocht vertrouwen op het advies van de inspecteur. Wel leidt het tot partiële onverbindendheid, waardoor de aanslag met €9 wordt verminderd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag tot €220,78 en gelast vergoeding van het griffierecht van €48 aan belanghebbende. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanslag rioolheffing 2020 wordt verminderd met €9 wegens partiële onverbindendheid van de verordening.