ECLI:NL:RBZWB:2022:5085
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Eiseres, werkzaam in een beschutte werkomgeving bij een gemeente, kreeg een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,3% per 1 september 2020. Zij stelde dat haar klachten waren toegenomen en dat de beperkingen onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De verzekeringsarts en verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) hebben de medische situatie van eiseres beoordeeld, rekening houdend met fibromyalgie, pijnklachten en psychische problematiek. De FML van 5 januari 2021 is opgesteld op basis van de nieuwste medische inzichten en werd door de rechtbank als zorgvuldig en volledig beoordeeld.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de feitelijke werkzaamheden passend waren en dat de verdiensten representatief waren voor de resterende verdiencapaciteit. De rechtbank volgde dit oordeel en oordeelde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld op 37,3%.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij eiseres geen proceskostenvergoeding of griffierecht kreeg toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van 37,3% arbeidsongeschiktheid en toekenning van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.