ECLI:NL:RBZWB:2022:5205
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor bouw lichtmasten in gemeente Dongen
Eiser maakte bezwaar tegen de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van lichtmasten op een perceel met bestemming 'Sport'. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de aangevoerde beroepsgronden, waaronder vermeende aantasting van het woon- en leefklimaat, vermeende schending van eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, en het niet correct tot stand komen van het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen gronden had aangevoerd die zien op de limitatief opgesomde weigeringsgronden in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. Het college was daarom verplicht de vergunning te verlenen en had geen ruimte voor een belangenafweging. De stelling van eiser dat de Afdeling bestuursrechtspraak slechts lichtmasten aan de zuidzijde toestond, werd verworpen.
Ook de betogen over het bestemmingsplan, de VNG-publicatie en het handhavingsverzoek werden niet relevant geacht voor deze procedure. Daarnaast werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat eiser geen objectieve en verifieerbare toezeggingen kon aantonen. Ten slotte werd het beroep op vooringenomenheid van het college verworpen wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 8 september 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van lichtmasten wordt ongegrond verklaard.