ECLI:NL:RBZWB:2022:522
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na spookrijden
Verzoeker is op 28 september 2021 met een motorvoertuig tegen de rijrichting in gereden, waarna de politie zijn rijbewijs heeft ingevorderd en een mededeling aan het CBR heeft gedaan. Het CBR legde op 7 december 2021 een rijvaardigheidsonderzoek op en schorste de geldigheid van het rijbewijs. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit in afwachting van de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het rijbewijs vanwege zijn werk als fiscalist, waarbij hij niet kan volstaan met thuiswerken of digitale communicatie. Het CBR baseerde het besluit terecht op het spookrijden en het proces-verbaal van de politie. Het dwingende karakter van de wet laat geen ruimte voor belangenafweging bij oplegging van het rijvaardigheidsonderzoek.
Echter, de voorzieningenrechter vond dat het CBR onzorgvuldig heeft gehandeld door de beslissing pas na ruim een maand te nemen, terwijl direct kon worden besloten. Gezien het feit dat verzoeker geen eerdere verkeersovertredingen had en het nadeel van de schorsing groot is, werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. Het rijbewijs wordt geschorst tot drie weken na de beslissing op bezwaar en het CBR moet het rijbewijs zo spoedig mogelijk retourneren. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot schorsing van het rijbewijs wordt geschorst tot drie weken na de beslissing op bezwaar.