ECLI:NL:RBZWB:2022:5251
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij loonheffing
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar inzake loonheffing over de jaren 2016 tot en met 2020. De rechtbank beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en de rechtmatigheid van de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de inspecteur.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, aangezien het pas op 11 augustus 2021 bij de inspecteur binnenkwam, terwijl de termijn zes weken bedraagt. Belanghebbende voerde aan dat hij pas later een reden had om bezwaar te maken, maar dit wordt niet als verontschuldiging geaccepteerd. De inspecteur heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van de ambtshalve beslissingen van de inspecteur, omdat deze niet vatbaar zijn voor bezwaar en beroep. Het inhoudelijke geschil kan via een fiscale procedure tegen de aanslag IB/PVV worden voorgelegd.
De rechtbank wijst de beroepen af en verklaart zich onbevoegd voor zover deze zien op ambtshalve beslissingen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het bezwaar en de rechtbank verklaart zich onbevoegd voor ambtshalve beslissingen.