Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
mr. C.M.J.M. van Buul en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
dezewederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;
dezewederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van inklimming, op een ladder
isgeklommen en vervolgens via een raam de woning
heeftbetreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
egoed
erenverdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als zzp'er, onder zich had wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden.
6 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Op die manier is de straf voor verdachte ook een stok achter de deur. Bovendien is hij gebaat bij de hulpverlening en interventies vanuit de reclassering en wenst hij die voort te zetten.
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 van parketnummer 02/123311-22 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
mr. M.A.H. Kempen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 september 2022.