ECLI:NL:RBZWB:2022:5377
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar ontheffing uitwegverbod waterschap
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen dat ontheffing verleende van het uitwegverbod uit de Keur Wegen. Het bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen bewijs had geleverd van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid namens de maatschap waarvan het briefpapier werd gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar door eiser persoonlijk is ingediend en dat het enkel gebruik van briefpapier van de maatschap onvoldoende is om te concluderen dat hij namens die maatschap bezwaar maakte. Het bestuur had navraag moeten doen bij twijfel. Het niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van een machtiging was daarom onterecht.
Verder overweegt de rechtbank dat het bestuur eerst moet beoordelen of het bezwaar tijdig is ingediend voordat het kan oordelen over het belanghebbende zijn van eiser. Omdat het bestuur hierover geen standpunt innam, kan de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt het bestuur een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar en veroordeelt het bestuur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter Broeders op 16 september 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het waterschapsbestuur wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar.