ECLI:NL:RBZWB:2022:5451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervoersvoorziening Wmo 2015
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom van 4 augustus 2022, waarin haar aanvraag voor een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is afgewezen. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten dat een zitting achterwege kon blijven. De griffier heeft verzoekster verzocht om binnen zeven dagen het spoedeisend belang nader toe te lichten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek valt niet binnen de reikwijdte van het bestreden besluit en er is geen schriftelijke onderbouwing van het spoedeisend belang ontvangen. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.