ECLI:NL:RBZWB:2022:5451

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
AWB- 22_39502 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervoersvoorziening Wmo 2015

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom van 4 augustus 2022, waarin haar aanvraag voor een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is afgewezen. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten dat een zitting achterwege kon blijven. De griffier heeft verzoekster verzocht om binnen zeven dagen het spoedeisend belang nader toe te lichten.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek valt niet binnen de reikwijdte van het bestreden besluit en er is geen schriftelijke onderbouwing van het spoedeisend belang ontvangen. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3950 WMO15 VV

uitspraak van 20september 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam veroeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 4 augustus 2022 (bestreden besluit) van het college inzake haar aanvraag voor een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol en zal het verzoek moeten vallen binnen de reikwijdte van het bestreden besluit.
2. De griffier heeft bij brief van 30 augustus 2022 aan verzoekster gevraagd om binnen zeven dagen nadien het spoedeisend belang nader toe te lichten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat aan dit verzoek geen gevolg is gegeven. De griffier heeft binnen de gestelde termijn geen schriftelijke onderbouwing van het spoedeisend belang van verzoekster ontvangen.
3. Gelet op het vorenstaande acht de voorzieningenrechter onvoldoende aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.