Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, die in 2017 naar de Filipijnen emigreerde, kreeg voor het jaar 2018 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een verzuimboete van €369 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Ondanks herinneringen en aanmaningen die volgens de inspecteur correct zijn verzonden, diende belanghebbende de aangifte pas na de uiterste datum in.
Belanghebbende voerde aan dat de postverwerking in de Filipijnen slecht was, waardoor hij de herinneringsbrieven niet ontving. De rechtbank oordeelde echter dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de post correct was verzonden naar het juiste adres en dat het aan belanghebbende was om zich beter bereikbaar te houden voor de Belastingdienst, mede gezien zijn Nederlandse pensioeninkomsten.
De rechtbank stelde vast dat de verzuimboete terecht is opgelegd omdat de aangifte niet binnen de gestelde termijn was ingediend en dat er geen sprake was van afwezigheid van alle schuld. Ook vond de rechtbank de boete passend en geboden, ondanks dat er geen betaling verschuldigd was op de aanslag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de boete bleef in stand en belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de verzuimboete van €369 wegens te late aangifte inkomstenbelasting 2018 en verklaart het beroep ongegrond.