ECLI:NL:RBZWB:2022:5520
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming loonkosten NOW-4 wegens ontbreken loonaangifte februari 2021
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW-4-regeling, omdat zij over februari 2021 geen loonaangifte heeft gedaan. De minister heeft de aanvraag geweigerd op grond van artikel 5 en Pro 8 van de NOW-4, die voorschrijven dat loongegevens over februari 2021 beschikbaar moeten zijn.
De rechtbank overweegt dat de NOW-4 een algemeen verbindend voorschrift is zonder hardheidsclausule en dat de minister ruime beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van de regeling. De keuze voor februari 2021 als referentiemaand is bewust gemaakt vanwege representativiteit en uitvoerbaarheid, waarbij afwijking niet mogelijk is vanwege technische en beleidsmatige redenen.
Hoewel eiseres stelt dat februari 2021 niet representatief is voor haar seizoensgebonden horecabedrijf, oordeelt de rechtbank dat dit geen grond is om de regeling buiten toepassing te laten. De rechtbank volgt de lijn van eerdere jurisprudentie en bevestigt dat het evenredigheidsbeginsel en andere bestuursrechtelijke beginselen niet worden geschonden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de NOW-4 tegemoetkoming blijft in stand.