Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 30 september 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 17 maart 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van 31,38%.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep beoordeeld en geoordeeld dat deze zorgvuldig en volledig waren. De beperkingen van eiseres zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de rechtbank acht deze passend en niet onderschat.
De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die eiseres, rekening houdend met haar beperkingen, zou kunnen verrichten. De rechtbank heeft geen reden gezien om deze functies ongeschikt te verklaren.
Op basis van de verdiencapaciteit in deze functies is de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 31,38%, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege een arbeidsongeschiktheid van 31,38%.