De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de gezagdragende vader. De machtiging was eerder verlengd tot 21 september 2022. Het hof had een definitieve zorgregeling vastgesteld met een opbouw naar volledig co-ouderschap per 31 oktober 2022, waarbij de minderjarige week op week bij beide ouders verblijft.
De GI stelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege communicatieproblemen tussen de ouders en de emotionele belasting van de minderjarige. De moeder en haar advocaat verzetten zich tegen verlenging en wijzen op het belang van het volledige co-ouderschap. De vader sloot zich aan bij de GI maar vroeg aanhouding van de beslissing in afwachting van een rapport van Sterk Huis.
De kinderrechter oordeelde dat het verzoek slechts relevant was voor de periode van 21 september tot 31 oktober 2022 en dat er geen voldoende belang of noodzaak was om de machtiging te verlengen. De kinderrechter wees het verzoek af, maar benadrukte dat de GI haar taken binnen de ondertoezichtstelling tot 21 april 2023 kan voortzetten. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.