ECLI:NL:RBZWB:2022:5915
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging arbeidsongeschiktheidspercentage volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Eiser maakt bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vanaf 1 januari 2021 te verlagen van 80-100% naar 45-55% op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz). Het UWV baseert dit besluit op het feit dat eiser sinds 1 december 2015 gedeeltelijk heeft doorgewerkt en inkomsten heeft genoten uit zijn eigen onderneming.
De rechtbank stelt vast dat eiser op theoretische gronden volledig arbeidsongeschikt is, maar dat het UWV op basis van feitelijke verdiensten een praktische verdiencapaciteit heeft vastgesteld. De vijfjaarstermijn van artikel 58 Waz Pro, waarin het werk niet als algemeen geaccepteerde arbeid wordt beschouwd, is volgens het UWV verstreken per 1 januari 2021. Eiser betwist dit en voert aan dat zijn inkomsten een management fee betreffen die niet gelijkstaat aan zijn verdiencapaciteit.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht uitgaat van de feitelijke verdiensten en dat de hypothetische situatie die eiser schetst niet tot een ander oordeel leidt. De verlaging van het arbeidsongeschiktheidspercentage is daarmee op goede gronden genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de verlaging gehandhaafd blijft en eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage naar 45-55% wordt ongegrond verklaard.