ECLI:NL:RBZWB:2022:5917
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op herziening Wajong-uitkering na niet succesvolle stage
Eiser, geboren in 2001 met autistische stoornis en zwakbegaafdheid, vroeg in 2019 een Wajong-uitkering aan die werd afgewezen omdat hij over arbeidsvermogen beschikte. Na het niet succesvol afronden van een stage in 2019-2020 vroeg eiser opnieuw een uitkering aan, waarop het UWV opnieuw afwees wegens het ontbreken van nieuwe medische feiten.
De rechtbank oordeelt dat de herhaalde aanvraag als zodanig moet worden beoordeeld en dat het UWV terecht vasthoudt aan het eerdere oordeel dat eiser minimaal vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken. De niet voltooide stage betreft feiten na de eerdere beoordeling en leidt niet tot een ander oordeel over het arbeidsvermogen op de 18e verjaardag.
Eiser voerde ook een beroep op de Amber-bepaling (artikel 1a:1, tweede lid Wajong) aan, maar dit is in hoger beroep aangevoerd en valt buiten de reikwijdte van het geding. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het UWV niet hoeft terug te komen op het eerdere besluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV hoeft niet terug te komen op het eerdere besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering.