ECLI:NL:RBZWB:2022:5943
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig besluit meerzorg
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om meerzorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 Awb Pro beoordeeld of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige maatregel rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter heeft verzoekster gevraagd om binnen zeven dagen haar spoedeisend belang toe te lichten, met name inzake de kosten die zij moet betalen vanuit het persoonsgebonden budget (pgb) en haar financiële situatie. Verzoekster heeft echter onvoldoende inzicht gegeven in deze aspecten. Intussen heeft het CZ zorgkantoor op 11 oktober 2022 alsnog een besluit genomen op haar aanvraag.
Gezien het ontbreken van een zelfstandige spoedeisendheid en het feit dat het beroep mede betrekking heeft op het inmiddels genomen besluit, is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank zal nog beoordelen of het beroep doorverwezen wordt naar het CZ zorgkantoor voor verdere behandeling in bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.