ECLI:NL:RBZWB:2022:6064
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdheidsverklaring inzake aanvraag Participatiewet-uitkering
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om een uitkering op grond van de Participatiewet. De rechtbank verklaarde zich in eerste instantie onbevoegd omdat er volgens haar geen geldige aanvraag was ingediend.
In het verzet betoogt opposant dat wel degelijk een aanvraag is ingediend per 1 november 2021 en overlegt een kopie van een brief van 31 oktober 2021. De rechtbank stelt vast dat deze kopie onvoldoende bewijs levert dat de aanvraag daadwerkelijk is verzonden, terwijl verweerder ontkent bekend te zijn met een aanvraag rond die datum.
De rechtbank oordeelt dat opposant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een geldige aanvraag is gedaan en bevestigt daarom haar eerdere onbevoegdheidsverklaring. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdheidsverklaring wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.