Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 19 oktober 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Geen besluit
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker maakte bezwaar tegen de verlaging van het persoonsgebonden budget (pgb) tarief van formeel naar informeel voor begeleiding door een zorgverlener die niet aan de kwaliteitseisen voldoet. De indicatie voor begeleiding liep tot 31 augustus 2022 en werd niet verlengd. Verzoeker betoogde dat het college ten onrechte het tarief via een uitvoeringsbesluit had vastgesteld en dat de verlaging onevenredig nadelig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief waarin de verlaging werd aangekondigd geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was en dat verzoeker per 1 oktober 2022 geen geldige indicatie meer had. Omdat verzoeker geen aanvraag tot verlenging had ingediend en geen bezwaar maakte tegen het besluit voor september 2022, had de verlaging geen rechtsgevolg voor hem.
De rechter concludeerde dat het bezwaar waarschijnlijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard en dat er geen aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om het formele tarief te handhaven werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van het pgb-tarief wordt afgewezen omdat verzoeker geen geldige indicatie meer heeft.