De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 oktober 2022 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere feiten gepleegd op 23 maart 2019 te Roosendaal, waaronder verkrachting, dwang, mishandeling, bedreiging en diefstal. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van aangeefster betrouwbaar en geloofwaardig waren, maar onvoldoende werden bevestigd door ander bewijs voor de feiten van dwang en seksuele handelingen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van deze feiten.
Voor de mishandeling, bedreiging en diefstal werd verdachte wel wettig en overtuigend schuldig bevonden, mede door zijn bekennende verklaring en het aantreffen van gestolen goederen. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn en hield hier rekening mee bij de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 40 uur, met vervangende hechtenis van 20 dagen, en bracht de tijd in voorarrest in mindering. De rechtbank wees een geldboete af vanwege de ernst van de feiten en de omstandigheden van de zaak.