ECLI:NL:RBZWB:2022:6170
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete wegens voorschrijven ivermectine
Verzoeker, een huisarts, kreeg een bestuurlijke boete van €3.000 opgelegd door de minister van Volksgezondheid wegens het voorschrijven van ivermectine buiten de geregistreerde indicaties, namelijk voor COVID-19, wat niet is toegestaan volgens artikel 68 van Pro de Geneesmiddelenwet.
Verzoeker betoogde dat hij deel uitmaakt van een groep artsen die het Zelfzorgcovid-protocol ontwikkelden, waarin ivermectine onder bepaalde omstandigheden wordt voorgeschreven, en dat het opleggen van boetes artsen in hun prescriptievrijheid belemmert. Hij vorderde schorsing van de boete in afwachting van een inhoudelijke beoordeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker vooral financieel is en dat geen sprake is van een financiële noodsituatie die schorsing rechtvaardigt. Ook is het feit dat andere artsen soortgelijke boetes kunnen krijgen geen reden voor spoedeisend belang. Het Zelfzorgcovid-protocol is niet erkend als standaard in de zin van de wet. Er is geen evident onrechtmatigheid van het besluit. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete van €3.000 wegens overtreding van artikel 68 Gnw wordt afgewezen.