Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
Motie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft sinds 2006 geprobeerd een omgevingsvergunning te verkrijgen voor een winkel met vier bovenwoningen. In 2016 wekte een motie van de gemeenteraad het vertrouwen dat geen leges geheven zouden worden indien het initiatief kansrijk bleek. In 2019 besloot de gemeenteraad het dossier te sluiten, maar belanghebbende werd hierover niet geïnformeerd.
In 2020 werd een aanslag leges opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Belanghebbende stelde dat het vertrouwensbeginsel hem beschermt tegen de aanslag. De heffingsambtenaar stelde dat de toezeggingen vervallen waren, maar kon dit niet onderbouwen met stukken of bewijs van kennisgeving.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen gerechtvaardigd was en vernietigde de aanslag. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag leges wordt vernietigd en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.