Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen om verwijdering van zijn persoonsgegevens. Het college weigerde dit verzoek in behandeling te nemen omdat eiser zich niet op de voorgestelde wijze had geïdentificeerd. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen de weigering een dwangsom toe te kennen wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar.
De rechtbank overwoog dat het college beleidsvrijheid heeft in de wijze van identificatie, en dat de door het college geboden identificatiemogelijkheden niet onredelijk waren. Eiser had onvoldoende onderbouwd waarom deze mogelijkheden voor hem niet haalbaar waren. De rechtbank oordeelde dat het college het verzoek tot verwijdering terecht buiten behandeling heeft gesteld.
Wel stelde de rechtbank vast dat het college te laat had beslist op het bezwaar, waardoor een dwangsom verschuldigd is. Het college had onterecht het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard en moest daarom een dwangsom van €115,- betalen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Hoewel het college niet binnen de beslistermijn had beslist, leidde dit niet tot benadeling van eiser, zodat de rechtbank het gebrek passeerde. Het college had echter ten onrechte geen hoorzitting gehouden, maar dit werd niet als doorslaggevend gezien voor de uitkomst.