ECLI:NL:RVS:2021:2830
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag wegens overschrijding vermogensgrens in 2015 en 2016
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluiten van 6 september 2019 en 15 november 2019 de zorgtoeslag van appellante over 2015 en 2016 vast op nihil en vorderde de teveel ontvangen voorschotten terug. Appellante ontving over deze jaren voorschotten zorgtoeslag, maar haar vermogen overschreed de wettelijke vermogensgrens.
Appellante voerde aan dat de zorgtoeslag niet definitief mocht worden vastgesteld zolang de aanslagen inkomstenbelasting over deze jaren niet in rechte vaststonden en dat de Belastingdienst ten onrechte van het horen in bezwaar had afgezien. De rechtbank wees deze bezwaren af, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling overweegt dat het inkomensgegeven uit de Basisregistratie Inkomens ook kan worden gebruikt als het nog in onderzoek is, en dat de zorgtoeslag niet hoeft te wachten op definitieve vaststelling van het verzamelinkomen. Daarnaast is het afzien van het horen in bezwaar gerechtvaardigd omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling wijst op wettelijke voorzieningen voor het geval het vermogen later lager wordt vastgesteld en een nieuwe toeslag mogelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de zorgtoeslag wordt bevestigd.